Samen met de scheidingsmediator kijken de ex-partners naar de financiële gevolgen van de gemaakte keuzes. Zij kunnen hun zaken zo regelen dat zij beiden zo goed mogelijk financieel verder kunnen leven.
Door het inventariseren van de verwachte uitgaven, ontstaat een goed inzicht in wat financieel welzijn betekent voor de betrokkenen. Wat kosten kleding, energie, gemeentelijke heffingen, communicatie, verzekeringen, vervoer et cetera? Uiteraard is ook een inventarisatie van inkomsten nodig.
Na deze inventarisatie kan een financieel planner behulpzaam zijn bij het oplossen van de vraag hoe van één gemeenschappelijke huishouding twee zelfstandige huishoudens zijn te maken. Specifieke software voor financieel planners kan berekenen hoeveel elk zelfstandig huishouden overhoudt van het bruto inkomen na betaling van belasting en woonlasten.
In de praktijk houdt u na scheiding vaak meer over dan in eerste aanleg gedacht. De overheid ondersteunt alleenstaande ouders namelijk met extra belastingkortingen en toeslagen. Verder is het inkomen op grond waarvan de overheid de hoogte van toeslagen berekent na scheiding lager; dat komt omdat er maar één inkomen meetelt. Zo komt u sneller in aanmerking voor bijvoorbeeld de zorgtoeslag of het kindgebonden budget. Belangrijk is dat gemaakte afspraken zoals over bij wie de kinderen wonen, co-ouderschap en hoe de woning wordt verdeeld, optimaal aansluiten bij de mogelijkheden om van kortingen en toeslagen gebruik te maken.
Na aftrek van de geïnventariseerde standaarduitgaven van het eerder berekende netto inkomen, blijkt hoeveel beide partijen daadwerkelijk te besteden hebben na de scheiding. Wanneer de inkomsten scheef verdeeld zijn tussen beide nieuwe huishoudens, kan in overleg bekeken worden in hoeverre er inkomen van de ene partij naar de andere moet overgaan. Dit kan in de vorm van kinderalimentatie en/of partneralimentatie.